
In 2025 verscheen een omvangrijke wetenschappelijke review waarin de huidige kennis over hoogsensitiviteit systematisch is samengebracht. Deze publicatie vormt op dit moment de laatste stand van zaken in de wetenschap over hoogsensitiviteit.
Hoogsensitiviteit is namelijk in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een serieus onderzocht persoonlijkheidskenmerk binnen de psychologie en neurowetenschappen.
In dit artikel lees je wat de wetenschap nu weet over hoogsensitiviteit, hoe het hoogsensitieve brein informatie verwerkt, hoe vaak hoogsensitiviteit voorkomt en welke inzichten richtinggevend zijn voor toekomstig onderzoek.
Inhoudsopgave
💡 Lees ook: Hoogsensitiviteit wetenschappelijk bewezen
Wat is hoogsensitiviteit volgens de wetenschap?
Om de laatste stand van zaken in de wetenschap over hoogsensitiviteit goed te begrijpen, is het belangrijk eerst helder te hebben wat onderzoekers precies bedoelen met hoogsensitiviteit.
In de wetenschap wordt hoogsensitiviteit aangeduid als sensory processing sensitivity, afgekort SPS. Het gaat om een aangeboren temperamentskenmerk dat beschrijft hoe diep en zorgvuldig informatie wordt verwerkt. Het draait niet om de hoeveelheid prikkels, maar om de manier waarop prikkels cognitief en emotioneel worden geïntegreerd.
Diepgaande verwerking als kern van hoogsensitiviteit
Het hoogsensitieve brein en voorspellingen
Binnen de laatste stand van zaken in de wetenschap over hoogsensitiviteit speelt het predictive processing model een belangrijke rol. Dit neurowetenschappelijke kader beschrijft hoe het brein voortdurend voorspellingen maakt en deze bijstelt op basis van binnenkomende informatie.
Bij hoogsensitieve mensen krijgt inkomende informatie meer gewicht en wordt deze met meer precisie behandeld door het brein. Subtiele signalen worden minder snel uitgefilterd, wat zorgt voor nuancegevoeligheid en sterke contextafstemming.
Hoe vaak komt hoogsensitiviteit voor volgens recente wetenschap?
Ook op het gebied van prevalentie laat de wetenschappelijke review een verschuiving zien. Waar oudere publicaties uitgingen van 15 tot 20 procent van de bevolking, tonen recente reviews aan dat hoogsensitiviteit beter beschouwd kan worden als een continuüm.
Wanneer onderzoekers werken met lage, gemiddelde en hogere niveaus van sensitiviteit, ligt het aandeel mensen met een verhoogde mate van sensory processing sensitivity tussen de 20 en 35 procent van de bevolking.
💡 Lees ook: Van aanpassen naar afstemmen als HSP
Genetische eigenschappen, evolutionaire inzichten en hoogsensitieve dieren
Onderzoek laat zien dat hoogsensitiviteit gedeeltelijk erfelijk is en voorkomt bij zowel mensen als andere diersoorten. Evolutionair gezien biedt sensitiviteit voordelen, zoals het vroeg signaleren van veranderingen en het zorgvuldig inschatten van risico’s.
Hoogsensitiviteit en mentale gezondheid
Een ander belangrijk punt binnen de laatste stand van zaken in de wetenschap over hoogsensitiviteit is de duidelijke afbakening ten opzichte van psychopathologie. Hoogsensitiviteit is geen stoornis, maar een temperamentskenmerk.
Wel reageren hoogsensitieve mensen sterker op hun omgeving. Ongunstige omstandigheden kunnen meer impact hebben, terwijl ondersteunende contexten juist extra positieve effecten laten zien.
Richtingen voor toekomstig onderzoek
De review schetst meerdere lijnen voor toekomstig onderzoek, waaronder:
- verdere verfijning van neurobiologische mechanismen
- langetermijnonderzoek over de levensloop
- betere afstemming tussen persoon en omgeving
Hoogsensitiviteit blijft daarmee een actief en groeiend onderzoeksveld.
💡 Lees ook: Een waardevol leven als HSP
Wat betekenen deze wetenschappelijke inzichten?
De laatste stand van zaken in de wetenschap over hoogsensitiviteit bevestigt dat hoogsensitiviteit een biologisch verankerd, normaal voorkomend en betekenisvol temperament is. Begrip van deze werking helpt hoogsensitieve mensen om zichzelf beter te begrijpen, keuzes bewuster af te stemmen en hun sensitiviteit als kracht te leren benutten.
Bewaar voor later op Pinterest:






Nog geen reacties